Doodse Stilte - Vanuit Fenna


Deel 1

‘Wat een kutdag,’ denk ik, terwijl ik naar buiten kijk. De regendruppels druipen langs het raam, dat een klein stukje openstaat. De koude, gure lucht vindt een weg naar binnen en de tocht vliegt me om de oren.

Ik bibber en loop naar het raam om deze dicht te doen. Het raam is oud en werkt niet meer goed. Ik moet al mijn kracht gebruiken om het te sluiten en met een harde knal gaat het uiteindelijk dicht. Zo.

Ik sta op en loop naar de spiegel die in mijn kamer hangt. Kritisch kijk ik naar mijn spiegelbeeld. Mijn net gekleurde, platinablonde krullen vallen over mijn schouders en dansen zachtjes mee met de bewegingen van mijn lichaam.

Ik pak mijn mascara en begin uiterst zorgvuldig mijn wimpers te voorzien van een dikke, zwarte laag.

Vandaag is de eerste schooldag na de zomervakantie. Ik kan niet wachten… Er komen twee nieuwe jongens in mijn klas. Twee nieuwe jongens, vers bloed, vanuit een andere woonplaats. En die zal ik eens even kennis laten maken met de charmes á la Fenna…

Ik ga met mijn hand door mijn haar en hef mijn kin iets op, terwijl ik mijn gezicht in de spiegel inspecteer.

Rode lippen. Dat mis ik.

Daar vallen ze voor, de sukkels.

Het is zo makkelijk om jongens om je vinger te winden… Gewoon een verleidelijke stem opzetten, af en toe een tactische knipoog… om ze vervolgens met een intense blik te betoveren met mijn ogen. Mijn ogen, waar ik altijd complimentjes over krijg. De smaragdgroene kleur is zo fel dat dit kenmerk van mijn gezicht eigenlijk niet te missen is. En terecht ook, want ik ben niet iemand die ze moeten missen.

Ik pak mijn lippenstift en breng zorgvuldig een laag op mijn lippen aan. Als ik klaar ben, kijk ik in de spiegel en ik grijns naar mezelf.

‘Je ziet er fantastisch uit,’ zeg ik hardop tegen mezelf, terwijl ik grijnzend mijn haar over mijn schouder gooi.

Ik draai een rondje en zie dat mijn zwarte rokje soepel omhoog komt. De onderkant van mijn billen wordt zichtbaar en ik glimlach.

‘Oh, jongens… wat gaan wij een plezier hebben samen,’ zeg ik met mijn meest verleidelijke stem.

‘Fenna!’ hoor ik een stem van beneden komen. ‘Donder eens op, zeg. Moet jij niet naar school of zo?’

De stem van mijn stiefvader klinkt laag, zwaar en geïrriteerd. Snel pak ik mijn leren jasje van mijn bed, trek hem aan en werp nog een blik in de spiegel. Mijn decolleté is duidelijk zichtbaar door het lage, rode truitje wat ik aan heb en mijn gouden kettinkje hangt precies tussen mijn borsten, waardoor het hangertje lijkt te verdwijnen in mijn rondingen, maar bij bepaalde bewegingen naar voren komt. Als ik net iets te ver naar voren buig, bijvoorbeeld.

‘Zoek en gij zult vinden…’ zeg ik tegen mijn spiegelbeeld, terwijl ik met mijn vingers het hangertje nog iets verder tussen mijn borsten druk.

‘FENNA! Rot eens op nu!’

Sjezus. Oké… Oké…

Ik stap snel in mijn torenhoge, knalrode pumps en loop, zo snel als ik kan, heupwiegend, de trap af. Mijn stiefvader staat onderaan de trap. Zijn met gaten bezaaide, blauw geblokte overhemd bedekt nét niet volledig zijn uitpuilende buik en er zijn duidelijke zweetplekken onder zijn oksels te zien. Zijn grijze joggingbroek bungelt ergens onderaan zijn heupen en ik zie een klein stukje van zijn vieze, ooit witte onderbroek. Zijn halflange, grijze haren zijn zo vet, dat ze in slierten langs zijn gezicht hangen.

Hij kijkt naar me als ik van de trap afkom en gaat verlekkerd met zijn tong over zijn bovenlip.

‘Zo, zo… dat ziet er weer heerlijk uit, wijffie…’ zegt hij, terwijl zijn ogen even bij mijn borsten blijven hangen.

Ik kijk hem verleidelijk aan.

‘Dank je,’ zeg ik, terwijl ik hem een knipoog toewerp.

De eerste man is al in the pocket, hoewel Fons een gemakkelijke prooi is. Ik had hem binnen no-time in mijn bed liggen, nadat hij was getrouwd met mijn moeder. Ik kan me nog goed herinneren hoe hij bovenop me lag te zweten, terwijl hij driftig heen en weer bewoog en mompelde dat ik zoveel lekkerder was dan mijn moeder.

De gedachte aan onze vrijpartijen zorgt ervoor dat de rillingen van walging weer over mijn rug lopen. Maar het duurt niet lang meer. Nog maar twee jaar voordat ik achttien word. Dan gaan we snel trouwen en vervolgens ga ik ervandoor met al zijn geld. Met name zijn zwarte geld.

Fons weet niet dat ik op de hoogte ben van het feit dat hij honderdduizenden euro’s aan zwart geld in zijn kelder heeft verstopt. Mijn moeder heeft het me ooit verteld, vlak voordat ze overleed aan een overdosis heroïne. De teef heeft het er zelf naar gemaakt. Ze lag volledig knock-out op de bank, compleet van de wereld door die troep, toen ik op een dag uit school kwam. Fons lag met zijn gezicht tussen haar benen, zijn tong half uit zijn mond, en haar afgedragen string was half aan de kant geschoven. Fons was ook knock-out. Ik heb ze allebei wat extra van die troep ingespoten, maar helaas voor mij was het voor Fons net niet genoeg. Voor mijn moeder wel hoor, zij heeft het niet overleefd, maar voor hem was het net te weinig.

Ach, had ik in ieder geval de eerste helft opgeruimd. Van de tweede kon ik ook nog wel een paar jaar profiteren. Kan hij mooi nog een beetje bijverdienen, voordat ik ervandoor ga. De sukkel heeft geen idee. Hij denkt dat mijn moeder ‘gewoon’ teveel gehad heeft.

Man, man. Als ik terugdenk aan alle politie die we over de vloer hebben gehad in die periode. Die sukkels geloofden meteen dat ik, het zielige weesmeisje wat net haar moeder verloren was, er niets mee te maken had en dat ze dit haarzelf aangedaan had en al vrij rap werd het onderzoek gesloten.

Mijn moeder had geen rooie rotcent, ze had enkel schulden, dus daar had ik niks aan. Sindsdien woon ik bij Fons, hoewel sommige autoriteiten ons al vaak uit elkaar hebben proberen te halen. Gelukkig kan ik goed toneelspelen en had ik, zogenaamd, in Fons de ouder die ik altijd zo gemist had. In werkelijkheid lag hij zwetend bovenop me.

Ach, het is allemaal wel te doen hoor. Eens per week moet ik even met mijn benen wijd en dan is het ook weer gedaan. Niks wat een douche niet kan oplossen. Voor mijn eigen pleziertjes zoek ik de jongens op school wel uit. De welopgevoede, onschuldige jongens, die nog nooit een stel tieten hebben vastgehouden, maar wel stijf staan van de puberale hormonen. Die jongens.

Regelmatig heb ik een projectje, waar ik me dan een tijdje op uitleef, en als ik op ze uitgekeken ben, dan zet ik ze aan de kant. Zij blij met de ervaringen, ik blij dat ik weer even wat omhanden had.

Maar goed, de maanden voor de zomervakantie waren een beetje saai. De jongens waren een beetje opgebruikt en sommige sukkels voelden zich te goed voor mij. Niks wat een tactisch pilletje tijdens een schoolfeestje niet op kon lossen hoor, maar het was wel een gedoe.

Daarom ben ik blij dat de vakantie nu weer voorbij is en dat er nieuw bloed op school komt. Nieuwe, onschuldige jongens, klaar om mijn nieuwe prooien te zijn. Ik schat dat het me een dag, misschien twee of drie, kost, voordat ik de eerste tussen mijn benen heb in de fietsenstalling.

Fons geeft me een onhandige tik op mijn billen. ‘Lekker hoor, wijffie,’ roept hij me nog na, terwijl ik vooroverbuig om mijn tas te pakken. Ik weet dat ik hem nu een vol uitzicht schenk op mijn ronde billen. Je moet zo’n rijke man toch een beetje tevreden houden, nietwaar?

Als ik een kwartiertje later aankom op school schieten mijn ogen alle kanten op. Alle jochies die ik al gehad heb negeer ik en zij negeren mij. Ze hebben totaal geen idee dat ik ze bijna allemaal in me heb gevoeld. Dat ik ze bijna allemaal een zwak moment heb bezorgd en de gedachte aan hun onwetendheid zorgt ervoor dat ik een voorzichtige grijns niet kan onderdrukken. Ach… jongens toch… jullie moesten eens weten. 

Maar vandaag gaat het mij om de nieuwelingen. Waar zijn ze?

Ik hoor dat de bel gaat en eventjes vloek ik binnensmonds. Godsamme, moet ik nou serieus ook nog lessen gaan volgen? Daar heb ik toch helemaal geen tijd voor op zo’n belangrijke dag. Ik rol met mijn ogen en loop heupwiegend de trap op, richting het lokaal, terwijl ik mijn ogen goed de kost geef. Achter mij hoor ik een paar meiden mompelen. ‘Haar rokjes worden elk jaar korter… Jezus, wat een hoer.’

Ik blijf stilstaan en draai me om. Ik kijk recht in de gezichten van twee meisjes. Twee nette meisjes. De ene met ongekleurd, donkerblond haar, nog geen highlight te zien, met een simpele spijkerbroek en degelijke, zwarte schoenen, waarschijnlijk met mama-lief gekocht. ‘Je moet wel goede schoenen hebben, meissie.’ Ik hoor het haar doorsnee moeder zo zeggen. Haar col van haar beige trui komt zowat tot haar neusgaten en daarboven zie ik twee geschrokken ogen, waar een ieniemienie laagje mascara op aangebracht is. Bruin, niet zwart, want dat is waarschijnlijk ‘te heftig’.

Haar vriendin is al net zo preuts gekleed met een rok die tot net over haar knieën komt, een dikke zwarte maillot en witte blouse. Haar donkere haren zijn samengebonden in een simpele paardenstaart en vanachter haar ronde brilletje kijkt ze me bijna angstig aan.

‘Meisjes,’ zeg ik zachtjes, bijna fluisterend, ‘die rokjes zijn zo kort, zodat meisjes zoals jullie weten hoe een echte kont eruitziet.’ Ik buig een stukje voorover, wetende dat ik de meiden hiermee een duidelijke blik in mijn decolleté geef. ‘Laat zien wat je hebt, schat,’ zeg ik nog iets zachter en ik ga met mijn tong over mijn lippen. ‘De jongens zullen ervan smullen…’ Ik geef ze een dikke knipoog als bonus en draai me dan pontificaal om, wat ervoor zorgt dat mijn rokje tactisch iets omhoogkomt. Net ver genoeg, zoals ik voor de spiegel heb getest.

Ik weet precies wat voor gezichten ik achterlaat, terwijl ik mijn heupen weer in de strijd gooi wanneer ik de trap verder op loop. De dames zijn ongetwijfeld compleet in shock en ik krijg weer een grijns op mijn gezicht. Het is en blijft een heerlijk gevoel als je mensen kunt shockeren, wat kan ik daar ongelooflijk van genieten.

Als ik bij het lokaal aankom, groet ik vriendelijk de lerares. De wat oudere dame trekt even wat met haar wenkbrauwen als ze me aankijkt, maar zegt niets. Ach, ze weet toch wel dat commentaar op mijn outfit geen zin heeft bij mij. Met mijn ogen ga ik langs mijn klasgenoten, nog steeds op zoek naar het verse vlees. Ergens in een hoekje zie ik een kleine, iele jongen zitten, die ik nog niet eerder heb gezien. Met zijn rode haren en vele sproetjes in zijn gezicht, stop ik hem meteen in het hokje ‘makkelijke prooi’ in mijn hoofd. Dit soort slungelige, onzekere jongens zijn vaak binnen een uur in het fietsenhok te krijgen en komen vervolgens binnen dertig seconden klaar, om me dan de rest van het schooljaar te mijden óf om smoorverliefd op me te worden.

Maar daar zit ik natuurlijk niet op te wachten. Dat kleffe gedoe, daar heb ik echt geen zin in. Ik moet dit dus tactisch aanpakken, maar nu nog niet. Na de lange zomervakantie heb ik zin in iets meer uitdaging. Ik parkeer de roodharige jongen in mijn hoofd op mijn ‘to do’ lijstje en kijk verder. Ik zie alleen wat jongens zitten die ik al kennis heb laten maken met mijn kunsten en wat meiden, die me gapend aanstaren. Ja, dames, zo ziet een échte vrouw eruit.

Ik neem achterin de klas plaats en pak mijn boek uit mijn tas. De lerares begint met haar les en ik gaap een keer. Leuk, dat nieuwe schooljaar, maar helaas moet ik ook nog opletten.

De lerares begint de presentie op te nemen en ik veer op als ze een, voor mij onbekende, naam opnoemt.

‘Leon de Zwart?’ vraagt ze.

Niemand reageert. Ik wist het, er moet nog een jongen zijn. Ik kijk nogmaals de klas rond, maar zie geen onbekenden. Dan gaat de deur met veel lawaai open en er komt een jongen binnen. Een jonge jongen, een jaar of zestien denk ik. Blond en met korte stekeltjes. Meteen zie ik zijn felblauwe ogen en ik voel de kriebels door mijn buik gaan. Voor zijn leeftijd is hij al best gespierd én goed gekleed. Mijn ogen gaan langs zijn broek, om te zien of deze strak genoeg zit om wellicht al wat prijs te geven, maar helaas is dat niet het geval.

‘Sorry, ik kon het lokaal niet vinden,’ zegt de jongen. Zijn stem is warm, vriendelijk en zelfverzekerd. Yes. Dit is mijn projectje.

Ik ga even met mijn handen door mijn krullen en merk dat ik automatisch mijn lippen een beetje tuit en vervolgens mijn mond een stukje opendoe. Ik probeer zijn felblauwe ogen met mijn ogen te vangen, maar hij ziet me niet.

‘Jij bent Leon?’ vraagt de lerares.

‘Ja, mevrouw,’ zegt hij beleefd.

‘Goed, neem plaats. Omdat je nieuw bent is het je vergeven dat je te laat bent, volgende keer graag op tijd komen.

De jongen knikt en kijkt het lokaal rond. Ik zie wat meiden rechts van mij onderling smoezen en ze beginnen te giechelen.

Ach, dames toch… jullie maken geen schijn van kans…


Wil je op de hoogte blijven?

 

 

Like mijn Facebookpagina (klik hier) of volg me op Instagram (klik hier)