Deel 11


Lieve lezer, 

 

Bij dit hoofdstuk is het de bedoeling dat je oordopjes of een koptelefoon opzet.
Halverwege dit hoofdstuk kom je een muziekclip tegen. Lees eerst de eerste helft van het hoofdstuk. Klik het nummer aan als je zover bent en lees verder zodra de muziek begint. De muziek haalt een gevoel naar boven,  die voor het verloop van dit verhaal én de sfeer van dit hoofdstuk van grote waarde is. 

 Een ander apparaat (een andere telefoon, tablet of laptop) erbij is nog handiger. Soms wil het gebeuren dat de muziek stopt als je verder gaat scrollen, dat zou jammer zijn. 

 

Opzoeken op Spotify o.i.d. kan natuurlijk ook:  Peggy March - I will follow him

 

Enjoy ;) 

Liefs, Sas

 

 


Het is koud. IJskoud.

Ik knijp mijn ogen dicht en adem haperend in. Ik lig op mijn linkerzij en voel een koude wind rondom mijn lichaam dansen, om vervolgens als een kille deken over me heen te gaan liggen. Vrijwel direct loopt er een rilling over mijn rug en de haartjes op mijn armen en benen gaan fier overeind staan.

Ik span mijn bovenbenen even aan en voel mijn pijnlijke spieren met moeite samentrekken. Mijn bovenarm en heup voelen beurs aan, ze doen echt pijn en zelfs met mijn ogen dicht zie ik de wereld om me heen draaien.

Oef. Duizelig.

Waar lig ik op? Het is hard, keihard. Ik realiseer me meteen dat de immense kou, die tot diep in mijn lichaam doordringt, vanaf de grond komt. Mijn blote voeten voelen als ijsklompen en doen bijna pijn.  Tot mijn verbazing voel ik dat ik met mijn wang in iets stoffigs lig.

Er gaat een harde rilling door mijn lijf en ik adem hard uit via mijn neus.

Ben ik uit bed gevallen? Of ben ik in de badkamer gevallen?

Tering. Het is hier echt stervenskoud. Waar is mijn deken? Met mijn hand zoek ik naast me, terwijl ik mijn ogen nog gesloten houd. Het enige wat ik voel, is een ruwe, onregelmatige en korrelige ondergrond.

What the fuck.

Ik wil mijn ogen open doen, maar als ik dat probeer, voel ik meteen dat mijn wimpers worden tegengehouden door ruw en zwaar materiaal. Er zit iets over mijn ogen.

Meteen slaat de paniek me om het hart en begint mijn hart als een gek in mijn keel te bonzen. Ik realiseer me wat er gebeurd is.

De man. De man met het masker. Hij heeft me gepakt. Hij had me te pakken.

Maar toen? Wat toen?

Ik weet het niet. Ik weet het echt niet. Alles werd zwart, geloof ik. Denk ik. Fuck, wat heeft hij gedaan?

‘Ik heb je.’ Ik hoor zijn stem nog kraakhelder in mijn hoofd en ik sidder.

De opkomende, razende adrenaline heeft meer kracht dan mijn pijnlijke spieren en met een ruk kom ik overeind. Mijn handen schieten naar datgene wat voor mijn ogen zit. De stof van de blinddoek voelt aan als schuurpapier en ik hoef amper te trekken, om het van mijn gezicht af te krijgen. Binnen een seconde laat de stof los en ik word direct verblind door felle lampen, die van alle kanten op me schijnen. Ik sla mijn handen voor mijn ogen en probeer zo snel mogelijk aan het felle licht te wennen. De kracht van de lampen is immens. Ik word erdoor verblind en het is bijna ondoenlijk om mijn ogen open te hebben.

Het enige wat ik zie als ik om me heen kijk, is een kleine ruimte. Een kleine, rechthoekige ruimte die niet veel groter is dan een gemiddelde slaapkamer. Tussen de felle verlichting door, die vanaf het gehele plafond lijkt te komen, zie ik spierwitte muren en een betonnen vloer, waar ik op mijn zij op lig. Ik ben enkel gekleed in het négligé wat ik gisteravond aanhad, met het dunne spaghettibandje, wat nog speels langs mijn schouder hangt.

Mijn hart begint nog harder te bonzen en ik voel mijn ademhaling versnellen.

Waar ben ik?

Waar, in godsnaam, ben ik?

Met trillende benen probeer ik overeind te komen en het lukt me om te gaan zitten. Ik wil rechtop gaan staan, als ik plotseling een keiharde, allesoverheersende, muziek hoor. 

Ik voel dat ik over mijn hele lichaam begin te beven, zodra ik de eerste tonen van de muziek hoor. Ik probeer om mijn handen rustig te houden, maar ik kan er niets aan doen. Er is geen stoppen aan. Het trillen gaat keihard door.

Schichtig kijk ik om me heen, om te bepalen waar in godsnaam deze muziek vandaan komt. Het lukt me niet om het te bepalen… De muziek lijkt uit alle hoeken van de kamer te komen en staat zó hard dat ik mijn handen op mijn oren doe, om het geluid tegen te houden.

Waar, in godsnaam, ben ik? Wat is dit? Waarom deze muziek?

Ik probeer verder op te staan, door enkel de kracht in mijn benen te gebruiken, zodat ik mijn handen op mijn oren kan houden,. De relatief vrolijke muziek, gecombineerd met de bizarre omgeving waar ik mij bevind, zorgt ervoor dat ik de angstige gevoelens die opkomen niet langer kan onderdrukken.

De druk op mijn borst vergroot, mijn hart bonst bovenin mijn keel en ik voel de spieren in mijn gezicht strak worden, terwijl er een voorzichtige traan over mijn wang naar beneden dwarrelt, maar ik voel het niet eens. Ik kijk links van me, rechts van me en achter me.  

Overal waar ik kijk, zie ik felle lampen, witte muren en een grijze, betonnen grond, verder niks. Helemaal niets.

Het lukt me op te staan, ondanks de kille pijn die ik in mijn benen voel. Half zwalkend loop ik richting de muur. Terwijl ik met mijn schouder probeer om mijn rechteroor dicht te houden, druk ik mijn linkeroor dicht met mijn handpalm.

Met mijn vrije hand ga ik langs de muren, terwijl de muziek nog steeds keihard bij me binnendringt.

Ik voel niks, enkel een kale, betonnen muur. Ik knijp mijn ogen dicht om ze tegen het felle licht te beschermen en op de tast ga ik verder. Mijn handen glijden langs de muren.

‘Help!’ schreeuw ik. ‘Haal me hieruit!’ Maar mijn woorden lijken te verdrinken in de oceaan van muziek, die zich om me heen bevindt en er komt een wanhopige angstkreet uit mijn keel. Vol emotie, verdriet en met een guur randje eromheen.

Met mijn handen ga ik verder de muur af, een hoek om, terwijl ik naarstig op zoek ben naar iets van duidelijkheid, iets van verlichting, iets van bevrijding. Wat dan ook.

Als ik de hele kamer rond ben geweest, zonder ook maar enig spoor van een opening, zonder een handgreep, zonder ook maar het meest minuscule gaatje te hebben gevonden, laat ik me met mijn rug tegen de muur, op de grond zakken.

Ik sla mijn armen om mijn opgetrokken benen en leg mijn hoofd tegen mijn knieën aan. Ik voel de ene traan na de andere over mijn bovenbenen stromen. Mijn neus loopt vol met snot en ik kan alleen maar huilen.

Waar ben ik? Wat gebeurt er? Wie was die vent gisteravond? Was het wel gisteravond? Ik heb geen benul van tijd, geen benul waar ik ben en ik krijg het wederom ijskoud.

De adrenaline die door mijn lichaam raast, neemt langzaam af en maakt plaats voor een onbeschrijfelijke angst, die ik nog nooit eerder heb ervaren.

Mijn kaak trilt en ik open mijn mond een stukje om diep en haperend in te ademen. Mijn ogen voelen dodelijk vermoeid en mijn hoofdhuid tintelt.

Waar ben ik?


Wil je op de hoogte blijven?

 

Like mijn Facebookpagina (klik hier) of volg me op Instagram (klik hier)