Deel 2

Gehaast sta ik voor de spiegel, te boenen op de zwarte vegen op mijn wangen. Weg met die mascara! Weg ermee! Uit nood heb ik onder een ijskoude douche mijn haren uitgespoeld en nu doe ik mijn best om er nog enigszins toonbaar uit te zien. En snel ook!

Het ongelooflijke is werkelijkheid geworden. Hij zit op mijn bank. HIJ zit op mijn bank. 

Nou ja, technisch gezien is de bank van mijn ouders en mag ik hem gebruiken, totdat ik genoeg gespaard heb, maar toch. Hij zit op mijn bank. 

Ik haal met geweld een borstel door mijn haren en probeer mijn krullen nog enigszins in model te brengen. Ik heb er geen tijd voor en weet dat ik er straks uit zal zien als een ontplofte poedel. Ik gris een haarknip uit het mandje, waar met grote letters ‘AFBLIJVEN ISABEL! VAN BO!’, op staat en hoop dat ze me voor deze ene keer zal vergeven. 

Dan ren ik snel naar mijn slaapkamer. Ik hoor de lach van Joris uit de woonkamer komen. Wat is er zo grappig? Ik wil het meemaken, maar kleren aandoen is wel even handig. Ik gris snel mijn allermooiste, gloednieuwe lingerie setje uit de kast, ruk de kaartjes eraf en trek vervolgens de BH aan. Veel te klein. Mijn tepel komt boven de cup van de BH uit. Er ontsnapt een vloek uit mijn mond. Het moet maar, ik heb haast.

Snel trek ik mijn lievelingsspijkerbroek, een wit shirt en een donkerblauw colbertje aan. Daarna smeer ik nog wat make-up op mijn gezicht en ik ben er klaar voor. Ik haal diep adem en loop de woonkamer in.

Bo zit half verstopt achter wat kussens op de bank en kijkt opgelucht op als ik binnen kom.

‘Ik ga even wat normale kleren aan doen,’ zegt ze snel.

Ik knik en kijk naar Joris.

‘Wil jij misschien iets drinken?’ Ik zet mijn meest sexy stem op. 

‘Ik lust wel een wodkaatje…’ zegt Joris. 

Verbaasd kijk ik op. Wodka? Het is nog hartstikke vroeg!

‘Grapje… Je huisgenootje vertelde me net dat je dat altijd drinkt als je bij de Tap bent?’

Mijn hersenen maken overuren. Wat zal Bo gezegd hebben? Ze zal toch niet alles verteld hebben? Nee toch… dat doet ze niet… Toch?

‘Koffie?’ Ik besluit om snel van onderwerp te veranderen. 

Joris knikt in slow motion, terwijl zijn ogen zich in de mijne boren.

Heb je wel eens iemand in slow motion zien knikken? Nou… hij kan het. En hoe… Er gaat een rilling over mijn rug. Oh, wat is hij knap… Zelfs in een oude spijkerbroek en een ongelooflijk vormloos T-shirt  ziet hij er nog ongelooflijk sexy uit. Ik ruk mijn blik van hem los en loop naar de keuken om koffie te zetten. 

‘Woon je hier al lang?’ vraagt hij vanuit de woonkamer. 

‘Anderhalf jaar ongeveer,’ antwoord ik. ‘En jij?’

Ik kan mezelf wel voor mijn kop slaan. Sukkel die ik ben. Hij is nog aan het klussen! Een harde lach komt uit de woonkamer en ik voel mijn wangen rood worden. Gelukkig kan hij het niet zien.

‘Ik woon hier nog niet. Ik ga waarschijnlijk aanstaand weekend over.’

De Senseo pruttelt en zijn kopje loopt vol met koffie. Ik heb het meest stoere kopje uit de kast getrokken wat ik kon vinden, voor zover kopjes stoer kunnen zijn natuurlijk. Voorzichtig pak ik zijn koffie en met kleine stapjes loop ik naar de woonkamer. ‘Voorzichtig, Isabel,’ zeg ik in gedachten tegen mezelf.  

Het lukt me, warempel, om het kopje veilig en zonder ook maar één druppel te morsen op onze salontafel te krijgen. 

‘Dank je,’ zegt Joris. Dus, jij woont hier al anderhalf jaar? Studeer je hier in de stad of werk je?

‘Ik studeer bedrijfseconomie.’ Mijn antwoord is kort. Waarom geef ik zulke korte antwoorden? Hij zit hier op je bank. Vraag hem de oren van het lijf. Vraag hem alles wat je wilt weten. Dit is je kans! Ik geef mezelf een spreekwoordelijke schop onder mijn reet. 

‘Kom je hier alleen wonen of met je vriendin?’ Het is eruit, voordat ik er erg in heb. 

Joris neemt een slokje van zijn koffie en kijkt op.

‘Alleen. Ik heb geen vriendin.’

Het zweet breekt me uit. Hij is vrijgezel. Hij. Is. Vrijgezel. Mijn hart begint keihard te kloppen en ik merk dat ik weer rood wordt. 

‘En jij?’ vraagt hij.

‘Ik heb ook geen vriendin, maar dat bedoel je natuurlijk niet.’ Sjezus. Kom op nou, Isabel! ‘Vrijgezel…’ stamel ik. ‘Ja, ik ook…’

‘Hoe kan zo’n mooie meid als jij nou vrijgezel zijn?’ Hij kijkt me indringend aan. 

Knalrood ben ik. Ik weet het zeker. Een kreeft is er niks bij. 

‘Ach, je weet wel… druk… en zo…’

Hij blijft me indringend aankijken. Moet ik nou nog meer zeggen…? Ik weet het niet. Wat moet ik in hemelsnaam zeggen? 

Er verschijnt een beleefde glimlach op zijn lippen. 

‘Wil je geen relatie?’ vraagt hij vriendelijk.

Ik wil een relatie met jou! Het staat op mijn voorhoofd geschreven! Lees dan! Maar ja, dat kan ik natuurlijk niet zeggen.

‘Ik ben gewoon de ware nog niet tegen gekomen, denk ik.’

‘Ben je nog maagd?’ vraagt hij. 

Ik verslik me in mijn koffie. Pardon? Vraagt hij dit nou echt? Of ik nog maagd ben? Dit moet een grapje zijn, dat kan niet anders. 

Met grote ogen kijk ik hem aan. Ik ben met stomheid geslagen en zeg geen woord. Er is ongeveer vijf seconden lang een ijzingwekkende stilte tussen ons, waarin hij me alleen maar bloedserieus aanstaart. Ik voel mijn ademhaling versnellen en ga onbewust met mijn tong over mijn lippen.

Dan ineens staat hij op en hij buigt zich langzaam naar me toe. Wat doet hij? Gaat hij me zoenen? Oh mijn god. Hij gaat me zoenen!  Ik ruik een mix van deodorant en zweet en begin bijna te hyperventileren. Hij is wel héél dichtbij nu.

Zijn ogen boren zich in de mijne. Ik doe mijn ogen dicht… het is misschien niet helemaal met violenmuziek en mooie kleding, zoals ik me altijd had voorgesteld bij onze eerste zoen, maar hij gaat me toch echt zoenen.

Hij kust me op mijn ene wang en dan op mijn andere wang. Hij is zo dichtbij, ik voel zijn wimpers op mijn wang kriebelen. 

‘Ik ga weer aan het werk. Dag buuf… fijne dag vandaag.’

Oh. Was dat alles?

Dan loopt hij naar de deur en geeft me nog een knipoog. ‘Tot binnenkort. Ik heb vast wel een keer een kopje suiker nodig…’

De deur valt achter hem in het slot. Ik zit te trillen op de bank, alsof ik hoge koorts heb. Ik kan niet ophouden. Was dit echt? Of heb ik dit gedroomd? Zat Joris hier nou zojuist op de bank? In mijn hoofd beleef ik ons gesprek nogmaals. Hoe kon ik het bedenken? Alsof hij me écht ging zoenen zeg, kom nou… natuurlijk niet. Ik kijk op tafel en zie dat hij zijn koffie niet heeft opgedronken. Met mijn vinger ga ik over de rand van het kopje. Hier heeft hij net een slokje van genomen… 

Dan ineens kom ik bij zinnen. Doe normaal, Isabel! Doe niet zo dramatisch. Het is gewoon een man. Een doodgewone man, die nu toevallig je buurman wordt. Handig als je wat nodig hebt. Vergeet het. 

Dan wordt er wederom aangebeld. Oh yes! Zal hij met een grote bos rozen voor de deur staan en zeggen dat hij stiekem altijd van me gedroomd heeft? Zal hij op zijn knieën gaan en een serenade voor me zingen? Zullen we ons vervolgens verliezen in een warme en intense kus en dit verhaal over een paar jaar aan onze kinderen vertellen?

Ik doe de deur open. Het is Joris. Jaaaaa! Ik haal diep adem en wacht op het moment dat hij op zijn knie zal zakken. Waar zijn de rozen?

‘Heb je nog een waterpas?’ Hij heeft een grote grijns op zijn gezicht. 

Godver.

Een waterpas? Wat is een waterpas ook alweer? Dat is toch zo’n ding met vloeistof en een luchtbelletje erin? Hebben wij die? Volgens mij niet… 

‘Nee, sorry… ik geloof niet dat wij een waterpas hebben, maar ik kan wel even aan mijn vader vragen of hij hem heeft? Dan haal ik hem even op voor je?’ Ik vertel er niet bij dat mijn vader aan de andere kant van het land woont. Dat doet er even niet toe.

‘Nee hoor, dankjewel. Ik regel wel wat. Maar weet je wat, ik geef je mijn nummer. Als er ooit wat is, mag je me altijd bellen. Ik kan vrij goed klussen en ik ben ook goed in spinnen weghalen.’ Hij knipoogt naar me. 

Ik probeer in slow motion te knikken, precies zoals hij deed, maar mijn kin trekt naar links en ik weet zeker dat ik er nog nooit zo debiel uit heb gezien. Hij haalt een knalrood visitekaartje uit zijn borstzakje en geeft deze aan mij. 

‘De kleur van de liefde!’ lacht hij. Dan draait hij zich om en loopt weg.

‘Dag Isabel.’

In trance loop ik terug naar de bank. Ik bekijk het visitekaartje zorgvuldig. Er staat geen adres op, enkel een naam en een telefoonnummer.

‘Joris Kuipers.’ Dat is dus zijn achternaam.

‘Isabel Kuipers,’ mompel ik hardop. ‘Goedemiddag, u spreekt met Isabel Kuipers, waarmee kan ik u helpen?’ Nou, die achternaam staat prima bij mijn voornaam.

Ik kijk op de achterkant van het kaartje. ‘TDMET’ staat er in hoofdletters op. Wat heeft dat nou weer te betekenen? Ik trek een wenkbrauw op en blijf even naar het kaartje staren… Het zal allemaal wel. 

Ik pak mijn telefoon en sla snel zijn nummer op. Dan doe ik het visitekaartje zorgvuldig in mijn portemonnee. Opgeruimd staat netjes. En nu is het tijd om snel een andere BH aan te gaan doen.


Wil je op de hoogte blijven?

 

Like mijn Facebookpagina (klik hier) of volg me op Instagram (klik hier)